Bedrijfsvoering

Omvang en kosten organisatie

Omvang en kosten organisatie

In 2018 is fors geïnvesteerd in bundeling en verdere professionalisering van de bedrijfsvoering. Met het bundelen van de juridische functie is in 2018 is de totale bundeling van de bedrijfsvoering afgerond. Met de gebundelde bedrijfsvoering streeft het college naar een compacte, flexibele en resultaatgerichte organisatie.

Omvang organisatie: aantallen en fte

De formatie groeide in 2018 met 448 fte tot 7.917 fte. De bezetting groeide met 491 fte naar 7.869 fte. Het aantal medewerkers nam met circa 540 toe tot 8.660 medewerkers.

De structurele stijging wordt veroorzaakt doordat Veilig Thuis is ondergebracht bij de gemeente (117 fte), door grotere uitvoeringscapaciteit van de consulenten Wmo (120 fte) en door uitbreiding handhaving en Ingenieursbureau Den Haag (30 fte). Voor stijging van de tijdelijke formatie (123 fte) is tijdelijke dekking beschikbaar.

Beleids-indicatoren BBV

Bestuur en ondersteuning

Realisatie 2017

Realisatie 2018

Formatie

Fte per 1.000 inwoners

14,2

14,7

Bezetting

Fte per 1.000 inwoners

14,0

14,6

Aandeel overhead
In 2018 is het aandeel overhead 31,1%. Dit is iets lager dan het streefcijfer (31,3%) dat in 2014 met de gemeenteraad was afgesproken. De bundeling van de bedrijfsvoering heeft hierin een belangrijke rol gespeeld.

2017

2018

Formatie/bezetting

Formatie

Bezetting

Formatie

Bezetting

31-12-2017

31-12-2017

31-12-2018

31-12-2018

Totaal

7.469

7.378

7.917

7.869

waarvan:

Beleidstaken/primair proces/uitvoerende taken in eigen beheer

5.043

5.040

5.383

5.157

Overhead

2.426

2.260

2.465

2.488

Functies zonder taakindeling*

-

78

69

224

en waarvan:

Vast

7.268

7.201

7.673

-

Tijdelijk

201

176

244

-

Onbekend

-

1

-

-

Percentage overhead

32,50%

-

31,13%

-

Aantal personen in dienst

8.120

-

8.660

-

* Functies die niet aan specifieke taak zijn toebedeeld. Het betreft voornamelijk traineeplekken en Stip-banen.

Omvang apparaat (in euro’s)
Apparaatskosten (ofwel organisatiekosten) zijn de noodzakelijke financiële middelen die verbonden zijn aan het functioneren van de organisatie (exclusief bestuur).

Apparaatslasten naar soort
Apparaatskosten bestaan uit de loonkosten voor het ambtelijk apparaat, inhuur externen, vorming en opleiding, huisvestings- en facilitaire kosten, ICT kosten, kapitaallasten (afschrijvingen en rente, mits deze betrekking hebben op het laten functioneren van de organisatie), en overige materiële kosten. Naast de lasten worden er ook nog externe baten gerealiseerd.

 

bedragen x € 1.000

Apparaatslasten per kostensoort

Actuele begroting
2018

Realisatie 2018

Resultaat 2018

V/N

Realisatie 2017

Personele kosten

Salarissen en sociale lasten eigen personeel

      542.889

        516.603

        26.286

 V 

      479.403

Inhuur externen m.b.t. apparaat*

         33.703

          94.870

        61.167

 N 

         81.055

Vorming en opleiding

            9.131

             9.046

                 85

 V 

            6.718

Huisvesting

Werkplekken personeel (huisvesting, automatisering, HRS)

         61.975

          64.575

          2.600

 N 

         68.775

Overig

Overige ICT-kosten

         33.344

          40.185

           6.841

 N 

         57.048

Kapitaallasten (rente en afschrijving)

         21.038

          21.232

              194

 N 

         19.748

Overige materiële kosten

       107.384

          96.517

         10.867

 V 

      155.283

Aan andere diensten doorbelaste kosten

      -118.414

      -127.208

          8.794

 V 

     -203.350

Externe baten

       -26.909

         -11.287

        15.622

 N 

        -14.878

Totaal apparaat

        664.141

704.534

40.393

649.802

* Dit is een onderdeel van de totale inhuur van € 102.941

Apparaatslasten per programma
In onderstaande tabel ziet u de toegerekende apparaatslasten in 2018 per programma, totaal € 650,1 mln. Ten opzichte van de begroting is er € 40,2 mln. meer toegerekend. Daarnaast is er nog € 54,5 mln. aan apparaatslasten verrekend met balansposten zoals voorzieningen, onderhanden werk en materiele activa. Dit is € 0,2 mln. meer dan begroot. In totaal is er op de apparaatslasten een resultaat behaald van € 40,4 mln. nadelig. De apparaatskosten worden op basis van verdeelsleutels als indirecte kosten toegerekend aan de beleidsprogramma’s, het overzicht overhead, en aan de balans.

In de beleidsverantwoording  worden de resultaten van de verschillende programma’s inhoudelijk toegelicht.

bedragen x € 1.000

Apparaatslasten per programma

Actuele begroting
2018

Realisatie 2018

Resultaat 2018

V/N

01 - Gemeenteraad

           3.949

          3.566

            383

 V 

02 - College en Bestuur

               824

              862

              38

 N 

03 - Duurzaamheid, Milieu en Energietransitie

        11.707

        11.230

           477

 V 

04 - Openbare orde en Veiligheid

          7.220

          7.426

           206

 N 

05 - Cultuur en Bibliotheek

         14.822

        14.928

            106

 N 

06 - Onderwijs

         12.248

        12.526

           278

 N 

07 - Werk en Inkomen

        94.234

       95.360

        1.126

 N 

08 - Zorg, welzijn, jeugd en volksgezondheid

        85.502

       90.031

        4.529

 N 

09 - Buitenruimte

         31.841

       33.781

        1.940

 N 

10 - Sport

         17.166

       19.794

        2.628

 N 

11 - Economie

          7.440

          7.222

            218

 V 

12 - Mobiliteit

         12.596

       14.577

        1.981

 N 

13 - Stadsontwikkeling en Wonen

         32.461

        33.148

           687

 N 

14 - Stadsdelen, Integratie en Dienstverlening

         25.112

       27.725

        2.613

 N 

15 - Financiën

           5.183

          5.658

           475

 N 

Overhead

     247.519

    272.227

     24.709

 N 

Subtotaal programma's

  609.824

 650.062

    40.238

 N 

Balans (voorzieningen/onderhanden werk/activa)

         54.316

       54.472

            156

 N 

Totaal apparaat

   664.141

  704.534

    40.393

 N 

Beleids-indicatoren BBV

Bestuur en ondersteuning

Realisatie 2017

Realisatie 2018

Apparaatskosten

Kosten per inwoner

€ 1.236

€ 1.307

Inhuur externen

In 2018 is de norm voor inhuur met 1,6%, overschreden. De kosten voor de inhuur van externen mogen maximaal 15% bedragen van de loonsom (salaris en inhuur). In 2018 bedroegen de kosten voor inhuur € 103 mln. Dit is 16,6% van de loonsom.

Bedragen x 1.000

Salarislasten

Inhuur

Loonsom

%  inhuur van de loonsom

2018

516.603

102.941

619.544

16,6%

De gemeente Den Haag huurt om verschillende redenen externen in. Ten opzichte van 2017 zien we dat er in 2018 meer is ingehuurd als gevolg van tijdelijke werkzaamheden in projecten (circa € 31 mln. versus € 17 mln.) en als gevolg van de toegenomen krapte op de arbeidsmarkt (circa € 8 mln. versus € 2 mln.). Dit laatste zorgt voor een langere werving- en selectieperiode, die wordt overbrugd met de inhuur van tijdelijke, externe medewerkers. De expertise die de gemeente Den Haag inhuurt, is divers. In 2018 ging het vooral om administratief personeel (23 %), ICT-personeel (20%), technisch personeel inclusief ingenieurs (12%) en communicatiemedewerkers (8%).

Bezuinigingen gemeentelijke apparaatskosten

In het Coalitieakkoord 2018-2022 is een efficiencybezuiniging aan de gemeentelijke organisatie opgelegd van structureel € 12 mln. (€ 3 mln. per jaarschijf). De eerste tranche van € 3 mln. van deze taakstelling (jaarschijf 2019) is inmiddels ingevuld en verwerkt in de begroting. Deze eerste tranche is evenredig verdeeld over de verschillende diensten op basis van de omvang van de begrote salarislasten. De diensten bepalen zelf hoe ze de bezuiniging invullen.

In het tweede halfjaar van 2018 is besloten om de resterende € 9 mln. van de taakstelling te realiseren door kostenreductie en kwaliteitsverbetering. Er zijn 7 centrale opdrachten opgesteld. Deze opdrachten zijn eind 2018 verkend. In het eerste kwartaal van 2019 worden ze omgezet in volwaardige businesscases inclusief financiële en eventuele personele consequenties. Vervolgens worden de financiële consequenties van de businesscases verwerkt in de begroting 2020. Verder wordt gestart met de implementatie van de businesscases. Doel: besparing op de apparaatskosten in 2021.